, , ,

Maleisië highlights

Highlights van Maleisïe

In de zomer van 2018 trokken de echtgenoot en ik met elk een koter op onze rug zes weken door Maleisië. Dat was zes weken mooie dingen zien, relaxed rondbanjeren en lekkere dingen eten (op mijn eetblog schreef ik over de 10 allerfijnste hapjes in Maleisië). Keihard zweten, dat ook. Hieronder vertel ik over mijn favoriete plekjes in Maleisië.

KLCC Park

Voordat we uit het vliegtuig stapten had ik een vaag beeld van Maleisië. Dat bestond vooral uit laksa (pittige noedelsoep met vis), een taal die lijkt op Indonesisch en een aangeharkte hoofdstad met hoge torens. Onze eerste dag in Kuala Lumpur voldeed braaf aan dat beeld. Hij begon met laksa als ontbijt in een mall en ging vervolgens richting KLCC Park, waar de Petronas Towers bovenuit torenen.

We kwamen met de metro naar het park en liepen door een glimmend winkelcentrum naar de ingang. Dat was helemaal wat je je voorstelt van een mall in Kuala Lumpur: overal flonkerde neplicht, dure winkels lonkten en alles was schoon, schoner, schoonst. Het voelde alsof we in Kuala Lumpur uit het boekje liepen.

Dat gevoel werd nog veel sterker toen we de warme lucht van KLCC Park in stapten. Boem, daar stonden de Petronas Towers. Het gras zag eruit alsof er een nagelschaartje aan te pas kwam. En daar, de fonteinen waar koters zo goed in kunnen spelen. Het is lekker aankomen op een plek die je lijkt te herkennen.

Tip: Neem zwemkleren en afdroogdoeken mee als je met kinderen naar het KLCC Park gaat. Ze gaan geheid nat worden. Maleisische kindjes dragen conservatieve zwemkleding (denk shorts tot de knieën en schouders bedekt), dus een UV T-shirt is om meerdere redenen een goed idee.

Tioman eiland

Tioman is één van de populairste eilanden van Maleisië om zijn witte stranden, blauwe water en binnenste vol woeste natuur.  Het was onze eerste bestemming na Kuala Lumpur en even overwoog ik om hem over te slaan. Al in week 1 het beste strand zien leek een recept voor teleurstelling verder in de reis. Maar toen lachte ik mezelf uit en boekte een hotel. Ik bedoel, las je dat over witte stranden en blauw water?

We sliepen in Kampung Air Batang, een minidorp met een handvol  laid-back eetplekken en een stel heel grote hagedissen. Ons huisje lag op het strand en de kleuter heeft vlak voor de deur voor het eerst gesnorkeld. “Ik vind het wel een beetje spannend,” maar met lekker warm water en zelfs in het ondiepe veel visjes was ze makkelijk over te halen.

Het is allemaal heel duidelijk op toeristen ingesteld, maar dat deerde niet veel. Alles was zo relaxed en de zonsondergangen zo prachtig dat ik er graag een beetje schreeuwerige reclame en oninteressant toeristenvoer voor op de koop nam. En dat doe ik niet zomaar; mijn grootste doel op reis is het eten van lekkere dingen.

Dat is uiteindelijk trouwens ook op Tioman gelukt. Een pittige inktvis van de barbecue, loeiverse roti canai (lekker vet platbrood) met kaas en groente, saté van de houtskoolgrill. We moesten even leren de middelmatige happen te ontwijken (hint: een menu van acht kantjes is waarschijnlijk geen goed teken) maar toen vonden we genoeg smakelijke zaken.

Tip: Er schijnt een pinautomaat te zijn op Tioman, maar wij hebben hem niet gezien. Volgens de Lonely Planet is hij ook regelmatig leeg. Neem dus cash mee naar het eiland. In Mersing (waar de populairste ferry naar Tioman vertrekt) zijn verschillende pinautomaten. Dit weet ik omdat we er een stuk of vijf hebben geprobeerd voor één ons geld wilde geven. De aanhouder wint en verschillende combinaties van rekeningnamen (current, savings, checking) en bedragen (hoger dan 1500 ringgit is ons nergens in Maleisië gelukt, 600 was vaak raak) helpen.

De jungle rond Dabong

Veel van onze reis door Maleisië lijkt op een afstreeplijst van Lonely Planet highlights. Maar er zijn onafgevinkte hokjes en de jungle van de Taman Nagara is waarschijnlijk de opvallendste. Hij zat in de planning, maar hoe dichterbij we kwamen, hoe meer het idee van malaria, Heel Veel Andere Toeristen en een lastige OV-reis me tegen ging staan. Ik wilde wel door de jungle banjeren, maar niet zó graag. Dus voerden we het nationale park af van de lijst.

De echtgenoot deed dapper mee aan die beslissing, maar vond het jammer om geen echte jungle te zien. Gelukkig zijn er meer dan een paar bomen in Maleisië en kun je ze ook op andere plekken tegenkomen. In Dabong bijvoorbeeld, waar de jungle train stopt (officieel heet ie de East Coast Line).

We namen de jungle train van Kota Bharu naar het zuiden om in Dabong terecht te komen. In de trein zagen we al een hoop, steeds dichter wordend groen. Eenmaal in het dorp boekten we een toer om er nog veel meer van te zien.We waren die dag de enigen en dat bleek heel fijn toeval. We hadden namelijk bedacht dat we best met een peuter en kleuter onder de arm twee grotten konden bekijken en een waterval konden opzoeken.

Dat kon ook. Maar de grotten vereisten een steile klim omhoog en de waterval een bedwinging van halfvergane trappen langs enge randjes. We gingen Niet Snel. In een groep was dat vast gênant geweest, maar met z’n vieren en supervriendelijke gids Ahi was het gewoon een avontuur. Ahi bleef lachen, bouwde torens van stenen met de peuter  en maakte een hele fotoserie van ons in het poeltje onderaan de waterval. Niet dat ik zonder foto’s ooit het  moment zal vergeten dat mijn warme, trillerige benen in het koele water gleden. Aaaaah, bliss.

Tip: Naast de speeltuin in Dabong zit een eetplek die alleen ’s avonds open gaat om roti canai te bakken. Het terras zit dan opeens vol smullende mannen en het is een heel goed idee om er tussen te gaan zitten. Bestel een paar gloeiendhete platbroden met currydip en drink er ijsthee bij. Wat een fijn besluit van de dag.

Boh Theeplantage, Cameron Highlands

Boh thee plantage Maleisïe LvVeenendaalEen theeplantage? In een lijstje highlights? Mensen om me heen hebben er hun wenkbrauwen over opgetrokken (het klinkt te industrieel, denk ik), maar Hij. Was. Mooi. We bezochten de Boh theeplantage na vier weken Maleisië en we hadden dus nog twee weken te gaan. Toch wist ik al zeker dat dit het mooiste uitzicht van de vakantie zou zijn. Zie die foto.

En die doet het groen, het mysterie en de onwereldse rust nog geen recht. Niet dat het er echt rustig of mysterieus is. Er wordt door een legertje mensen keihard gewerkt om de theeblaadjes te plukken, sorteren en in zakken te stoppen. Busladingen vol toeristen weten de plantage prima te vinden-geen mysterie aan. En toch. Groen, rust, mysterie.

Tip: Ook leuk in de Cameron Highlands: aardbeien plukken. Naar de highlands gebracht door Britse kolonialen met heimwee, zijn aardbeien er inmiddels een grote industrie. Ze worden er verhandeld en door toeristen geplukt en gegeten. Wij gingen naar Raju’s Hill Strawberry Farm en plukten rode vruchtjes, dronken dik, zoet sap en aten de aardbeien ook nog met gesmolten chocolade.

Eten in Georgetown

Bij het plannen van onze reis konden de echtgenoot en ik het niet eens worden over het schema. Ik wilde Kuala Lumpur als uitvalbasis nemen en van daaruit andere dingen bekijken. Hij wilde gewoon van plaats naar plaats. Een tijdlang zaten we in een impasse, tot ik las over Georgetown. De Lonely Planet schrijft erover : “We’re going to call it. Georgetown is the best food city in South-East Asia.” Het was duidelijk, daar moest ik heen. En Georgetown doe je niet als dagtripje vanuit Kuala Lumpur (met trein en pont doe je er een uur of vijf over), dus de echtgenoot won.

Eenmaal aangekomen in Georgetown was het even wennen. Ik had me min of meer voorgesteld dat ik zou struikelen over de wild authentieke, kraakverse Maleisische heerlijkheden. Dat was, uiteraard, enigszins te optimistisch. De eerste paar avonden struikelden we vooral over dichte restaurants (vakantietijd) en (heel lekkere, maar bepaald niet Aziatische) burgers.

De food tour die we boekten kwam dus als geroepen. In een uur of vier liet een leuke gids ons heel veel Maleisische specialiteiten proeven. Char kway teow (brede gebakken noedels met Chinese gedroogde worst en kokkels) was waarschijnlijk mijn favoriet, maar het was moeilijk kiezen met zoveel lekkere noedels, rijst, soep en zoete zaken. De knop ging om en ik werd verliefd op Georgetown.

Toen ik wist waar ik naar op zoek was, werd het ook steeds makkelijker om lekkere eetplekken te vinden. Meestal gewoon te voet,  want het oude centrum van Georgetown is relatief klein. De leukste eetgelegenheden kwamen we tegen langs de kant van de weg, waar kopitiams (“koffiehuisjes”) een hoop tafeltjes neerzetten en drankjes verzorgen. De bedoeling is dat je een drankje bestelt en dan je eten bij elkaar scharrelt bij één van de stalletjes er omheen. Relaxed, goedkoop en zo lekker.

Tip: Mijn favoriete street food in Georgetown aten we op de hoek van Lebuh Kimberley en Lebuh Cintra, in het UNESCO World Heritage deel van de stad. Lekker veel stalletjes, lekker veel mensen om te kijken.

Penang National Park

Georgetown deelt een eiland met het Penang National Park. Daar hebben ze heel veel groen om doorheen te wandelen- met apen. De koters liepen af en toe zelf en vonden het reuze spannend, over hellinkjes en langs randjes. Op een gegeven moment moesten we een brug over. “Hee, kijk, drie apen op de leuning. Wat leuk.”  Maar hoe dichterbij ze kwamen, hoe minder schattig ze werden. Leuk hoor, zo’n aap, maar hij moet er wel vandoor gaan als ik te dichtbij kom. Deze apen  gingen echter nergens heen. Sterker nog, de tanden kwamen tevoorschijn en ze schoven in onze richting.

Uhr. Okay. Dit werd net iets te spannend. De echtgenoot stampte langs ze, met de peuter achter zich. Dat ging even goed, maar toen bewogen de apen zich richting de kleine man. De echtgenoot greep hem en beende naar de andere kant van de brug. Dat was blijkbaar niet hun territorium, want ze staakten hun peuterpesten. Maar toen moesten de kleuter en ik nog.

We deden een paar aarzelende stappen, maar daar kwamen de tanden weer. Dus ik hees  17 kilo koter in mijn armen en stampte zo ruim mogelijke om de apen heen terwijl de echtgenoot lawaai maakte om ze af te leiden. Het lukte zonder kleerscheuren, maar de kleuter heeft het er nog steeds af en toe over: “Ik ben jouw kindje, he mama? Niet van de apen.”

Brrr. Het is waarschijnlijk niet echt gevaarlijk geweest, maar een makaak heeft grote tanden en die heb ik liever niet gericht op mijn koters. Dat ik desondanks Penang National Park een hoogtepunt vond, zegt iets. We liepen van de ingang naar Keranchut strand en dat was één van de groenste, mooiste wandelingen die ik ooit maakte. Het kon ook geen kwaad dat de wandeling eindigde op een vrijwel leeg, wit strand om op uit te puffen.

Vervolgens werden we opgehaald door een bootje en naar Monkey Beach gevaren. Daar waren wel flink wat andere toeristen, maar ook kokosnoten om leeg te slurpen en hangmatten om in te liggen. Na een uur of twee bracht het bootje ons weer naar ons hotel en hadden wij een heel goede dag achter de rug.

Tip: Regel een bootje en kaartjes voor de Canopy Walkway (als hij open is- toen wij er waren was hij dicht voor onderhoud) bij de ingang van het park. Verschillende locals varen met hun bootje van en naar stranden in het park en kunnen je helpen om een fijne tocht te bedenken.

Pulau Pangkor

Het nationale symbool van Maleisië is (schijnbaar, want eerlijk gezegd heb ik het ter plekke niet erg opgemerkt) de neushoornvogel. Een soort toekan met een extra huppeltje op z’n snavel. Het is zo’n exotisch beest dat je denkt “die ga ik alleen in de dierentuin tegenkomen”.  Maar nee. Op Pangkor vliegen ze gewoon rond. Sterker nog, als je rond half zeven ’s avonds buiten Sunset View Chalets in Teluk Nipah gaat staan kun je ze banaantjes voeren. Met een beetje geluk eten ze zelfs uit je hand. Adembenemende, dankbaar makende lol.

Verder is Pangkor ook een fijn eiland, trouwens. We hebben er de laatste paar dagen van onze reis in hangmatten gelegen, eenhoornmelk geslurpt (banaan-ananas milkshake met een toef slagroom; het droomdrankje van mijn vierjarige) en schelpen gezocht. De kleuter en haar papa hebben zelfs een paar vissen uit zee gehaald, die een barbecue-restaurantje voor ons klaargemaakt en gegrilld heeft. Rokerige, spatverse vis met een verhaal en een berg knoflookige groente ernaast. Hoe kun je beter afscheid nemen van de vakantie?

Tip: Op t stukje strand in Teluk Nipah dat de reisgids Coral Bay noemt zit restaurant Nipah Deli. Voor een idyllische maaltijd zorg je dat je er voor zonsondergang bent, nestel je je tenen in het zand en eet je  lekkere noedels of steamboat (Chinese bouillonfondue op zn Maleisisch) terwijl de zon zich oranje, roze en paars achter de horizon verstopt.

Over de schrijver: Laura van Veenendaal

Laura van Veenendaal

Laura is verliefd op Aziatische smaken, en de landen waar ze vandaan komen. Op www.lekkerplan.nl schrijft ze over haar eetavonturen en de lekkere dingen die ze kookt. Hier schrijft ze over andere Aziatische avonturen, die stiekem ook een beetje over eten gaan. Het is ook zo lekker…

One Comment

Leave a Reply
  1. Wat een erg leuk reisverhaal.Je proeft de sfeer en het lekkere eten.
    Zo wil ik er wel meerdere lezen,dus ik zou zeggen, op naar het volgende avontuur!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *